Aangepast zoeken

Bevroren huid en onderkoeling

 

Wie te lang in extreme koud verblijft, riskeert vrieswonden. Door de felle kou gaan de oppervlakkige bloedvaten, net onder de huid, eerst dichtklappen en later verkrampen. De bloedtoevoer in de externe lichaamsdelen komt in het gedrang en er ontstaat een bevriezing van de huid. De oren, neus, vingers en tenen zijn hiervoor het gevoeligst.

 

Vrieswonden kan men naargelang de ernst indelen in drie graden:

 

- Bij eerstegraads wonden is de huid gevoelloos en wit. Komt men terug in de warmte, dan worden de bevroren delen fel rood en gaan ze pijn doen. Het kan enkele dagen duren alvorens de pijn helemaal verdwijnt en de huid zich volledig hersteld heeft.

 

- Tweedegraads vrieswonden zijn te vergelijken met eerstegraads, met dit verschil dat de aangetaste huid bij opwarming blaren gaat vertonen.

 

- Bij derdegraads vrieswonden sterft de huid gewoon af (gangreen).

 

Onderkoeling


Onderkoeling of hypothermie ontstaat wanneer het normale verdedigingsmechanisme van het lichaam tegen de koude ontregeld geraakt. De 'centrale' lichaamstemperatuur daalt onder de 35°C waardoor er zich een aantal reacties in het lichaam voltrekken die potentieel levensbedreigend kunnen zijn.

 

 

Onderkoeling kan acuut of zeer geleidelijk (over meerdere uren of dagen) ontstaan. Om het fenomeen van de hypothermie goed te begrijpen, kan men het lichaam voorstellen als een ui die uit verschillende lagen bestaat. De buitenste lagen (de huid) beschermen de kern van het lichaam tegen bruuske temperatuursschommelingen.

 

In de hersenen zit een fijn afgestelde thermostaat waardoor de kerntemperatuur binnen in het lichaam rond de 37°C schommelt. Stijgt de lichaamstemperatuur fors (bv. bij ziekte of intensief sporten), dan tracht het lichaam de overtollige warmte zo snel mogelijk af te voeren via een aantal mechanismen.

 

Daalt de lichaamstemperatuur, dan voert het lichaam door middel van onwillekeurige spiersamentrekkingen (beven) of de vrijzetting van hormonen (bv. adrenaline) de stofwisseling op. Hierdoor verbruikt men meer energie waarbij warmte vrijkomt.

Lichaamsbeweging is een andere manier om de warmteproductie op peil te houden. Wanneer men sport wordt zowat drie kwart van de gebruikte energie omgezet in warmte. 

Toch moet ook de sporter opletten voor onderkoeling of lokale koudeletsels. Vooral na het sporten en in een koude omgeving is het dus van belang zich onmiddellijk tegen afkoeling te beschermen.